Spelling estafette

Bij bewegend leren wil je dat alle kinderen actief zijn én dat alle kinderen de stof eigen maken. Sommige werkvormen lenen zich hier prima voor, maar anderen wat minder. Persoonlijk vind ik de werkvorm; spellingestafette een hele mooie. Alle kinderen zijn actief, ze oefenen (per groepje) allemaal dezelfde woorden en er wordt flink samengewerkt!

 

 

Voorbereiding

Ter voorbereiding maak je van de woorden die wilt oefenen kaartjes of een lijst met 5 of 6 kolommen. Dit kan op basis van de moeilijkheid van het woord of gewoon random. Zorg dat de woordenkaartjes of de woordenlijst goed leesbaar zijn (ook wanneer er meerdere kinderen bij de woorden komen kijken).

In het voorbeeld heb ik de woorden sterren gegeven. Een 1 ster woord is makkelijk, een 5 sterren woord is moeilijk.

 

Wat heb je nodig?

Pionnen, woordenlijsten of woordkaartjes en per groepje; een stuk stoepkrijt en een grote foamdobbelsteen.

 

Hoe zet je het klaar?

De woordkaartjes of woordenlijsten leg of hang je op een centrale plaats, waar alle startspelers eenvoudig bij kunnen. Vervolgens zet je per groepje 1 pion méér neer, dan het groepje kinderen telt. In het voorbeeld wordt dus met 3 kinderen per groepje gespeeld. Let er op, dat hoe groter je de groepjes maakt, hoe langer kinderen stil staan. Ik werk daarom graag met groepjes van 3.

 

Hoe werkt het?

In dit voorbeeld leg ik het spel uit, aan de hand van het plaatje en bestaat een groepje dus uit 3 kinderen. 

De startpositie: kind 1 staat bij pion 1, kind 2 bij pion 2 en kind 3 bij pion 3. Pion 4 is onbemand.

Kind 1 dobbelt 2. Hij kiest een twee sterren woord uit, neemt het stoepkrijt mee en loopt naar pion 2 van zijn team. Daar schrijft kind 1 het woord dat hij gekozen heeft op en blijft bij pion 2 staan. Kind 2 leest het, onthoud het, neemt het stoepkrijt van kind 1 over en loopt naar pion 3. Daar schrijft kind 2 hetzelfde woord op en blijft bij pion 3 staan. Kind 3 leest het, onthoud het, neemt het stoepkrijt van kind 2 over en loopt naar pion 4. Daar schrijft kind 3 het woord op en loopt zo snel hij kan weer naar pion 1 om te dobbelen. 

Hier begint de cyclus weer opnieuw, maar nu staat elk kind 1 positie verder dan de startpositie. 

 

Je kunt het spel voor een bepaalde tijd spelen of je kunt een aantal goed geschreven woorden afspreken. Fout geschreven woorden mógen door een volgende speler weer correct geschreven worden. ‘Minder goede spellers’ kunnen geholpen worden door klasgenoten en de ‘betere’ moeten goed en kritisch blijven of het correct gespeld is. Zo is er voor alle kinderen -op maat- voldoende uitdaging.

 

Veel spe(e)lplezier!